De vos vlucht naar Necrofilie

Dit is feitelijk een wetenschap die bestaat uit ontvluchten, gezien de onmogelijkheid of de weigering om te spreken van seks zelf, het zich voornamelijk bezighouden met afwijkingen, perversie  uitzonderlijke eigenaardigheden, pathologische reducties , en morbide verergeringen. Beweren de waarheid te spreken, het opwekken der angst van mensen ... Onwillekeurig naïef in het beste geval, vaker opzettelijk leugenachtige, in medeplichtigheid met wat het aan de kaak stelt, hooghartig en koket, somde men een hele pornografie op van het morbide, die kenmerkend is voor de samenleving die een einde verwacht.
Michel Foucault (1976)

Men hoort de laatste dagen veel over wetenschap of wat daar voor moet doorgaan. Het is geen uniek of nieuw gebeuren maar de hogepriesterlijke wijze regeert weer en is tegelijkertijd niet altijd zo wijs. De logica is natuurlijk eenvoudig en verleidelijk, de priester is zo wijs en moet dus gekroond worden. Socrates bracht dit idee naar voor in zijn Utopia, waar hij de macht bij de filosofen legde want zij weten wat rechtvaardigheid is. Probleem is wel dat Utopia niet bestaat maar vooral dat filosofen of geleerden niet altijd dat zijn en eerder priester-geleerden zijn. Het verschil is wat Foucault hierboven beschreef. Men heeft iets wat zeker op wetenschap lijkt maar in werkelijkheid een reeks is van menselijke lusten, perversie en misleiding. Dus alles behalve dat wat een staat zou moeten besturen.

Over welke perversie gaat het nu? Men heeft bvb een fascinatie voor necrofilie, gewone seks is immers onbespreekbaar en ongewenst maar de lust en onderdrukking doet de grote wijze kwijlen. Pedofilie is ook een geliefkoosd beoefenen van seksuele macht. En zo vind men nog wel meer afwijkingen. En om deze gestoordheid toe te dekken vlucht men in de criminalisering van de gewone liefde. De klassieke overspelige dochter en zeker de prostituee die moet gestenigd worden. Maar dit kan men niet pervers genoeg beoordelen om aan de vluchtigheid te voldoen. 

Het meest geliefde in deze context is dan wel de homoseksueel. Men kan wel iets vinden dat men kan veroordelen al is het de eigen wellust. Vooral kan men dan meer op angst steunen, want welk meisje zou de grote heer nu verkrachten maar die struise homo die is gevaarlijker dan een heel leger aan gevangenen bijeen. Of op zijn minst die gevangenen, o zo vervaarlijk, zijn allemaal homoseksueel. O wat zijn we nu toch bang. 

Deze angst draait veel rond zichzelf. Veel homo angst is gebaseerd op een gedeeltelijke of zelfs gehele zucht naar homoseksualiteit. Juist uit perversie gaat men liefde tussen mensen pervers noemen en de eigen smeerlapperij negeren. Zo kon men horen dat een politieker homoseksualiteit gelijkstelde aan racisme. Zijn houding naar racisme is zeker zoals bij velen dubbelzinnig. Enerzijds weet men goed dat het verkeerd is, pervers van politiek en toch wilt men het nalopen. Dezelfde houding heeft men dan naar homoseksualiteit. 

Het probleem is wel dat van iemand houden wel zwaar anders is dan iemand haten. Maar als men de moraliteit van haat en liefde bijster is en enkel perversiteit en vluchten kent dan is er geen verschil. Beiden is onzekerheid, angst voor het onbekende en vooral kan men altijd haat vinden. Men ontvlucht dan zowel liefde als een besef van goed en slecht. En wat er overblijft is een perverse leegheid van menselijkheid en dat is wat haat is. 

Deze angst is ook verbonden met de Vlaamse cultuur. Al bij de wortels van Vlaanderen, nog in de Middeleeuwen, was deze vos gekend. Een dubbelzinnig houding waar men een schijn van waardigheid en gehoorzaamheid ophoudt maar die werkelijk belust is op perversie die zijn weerga niet kent. Men speelt graag met mensen hun genitaliën maar de vos wilt ze gewoonweg afrukken en zijn liefde betuigen aan de dode kippen. Een schijn van heiliger dan eender wie gecombineerd maar gewoonweg zelfs de doden verneuken. Concience weet al aan dezelfde vos de eeuwen van Vlaamse onderdrukking. Geen buitenlandse macht was ertoe in staat als de vos zelf niet de doden had geneukt. 

Haat en liefde zijn immers niet gelijkwaardig, haat is een ontbreken van liefde geen te cultiveren andere kant van liefde. Perversie en haat zijn beide een ontkenning en negatieve vorm van mens zijn, er is geen grens aan omdat het juist niets is. De doden kunnen van niemand houden maar zijn de perfecte haters en perfect voor elk misbruik. Als stoornis omschrijft men dit als necrofilie, maar als gemeenschap kan men er evengoed aan lijden en dan noemt men het decadentie, defaitisme en populisme. Zaken die allemaal hetzelfde zeggen, of beter gezegd allemaal het niets beschrijven.

Het is moeilijk om voor iets op te komen. Het is moeilijk om van iets te houden. Het is moeilijk om iets te bouwen. Zaken die duidelijk zijn. Maar hoe kan nu het niets zijn een samenleving dienen en die een mooi iets maken? Het is onmogelijk en absurd en enkel denkbaar vanuit perversie en afgunst voor wat mooi en edel is.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten