Wij zijn de veen soldaten

Waarheen onze ogen blikken:
Veen en heide ligt er alom.
't Vogellied kan geen verkwikken;
d'eiken staan verdord en krom.
.. Wij zijn de veensoldaten
.. en spitten godverlaten
.. in 't veen,

Veen en heide is het niet en spitten doen we ook niet meer. Maar daar gaat het niet echt om de pracht van rondom is geen probleem.
De vogels zijn stil en de eiken krom onder het gewicht der tijd is zelf ook niet zwaar.
Maar we spitten wel nog opnieuw godverlaten in het veen.
Maar wij mogen toch niet klagen;
eeuwig kan 't geen winter zijn.
Eenmaal zeggen wij, na dagen:
'Vaderland, gij zijt weer mijn"
.. Dan spitten de soldaten!
.. niet meer godverlaten
.. in 't veen.
Hebben we nu iets tegen winter of zijn we echt gebrand op soldaten en vaderlanderigheid?
Nee nog altijd niet.

Maar ooit zullen we weer kunnen zeggen dat dit land aan de bewoners ervan behoord. Het is een ondenkbaar iets in de Flaamse angststaat. We moeten immers toch beven voor ons eigen kinderen en zelfs onze ouderen zijn toch zulke bedreiging. Franse bussen kraken, Italiaanse treinen steunen, de Hongaren roepen de Spanjaarden hoeveel de Verenigde Staten van ons moeten krijgen. Allemaal mooie landen maar ze hebben geen veen en geen heide. Dat veen en heide is ook niet van Vlamingen dat is hun al lang ontnomen, ze mogen er enkel zwaar in spitten.

En terwijl de koude winter-wind om onze oren waait is er niets meer dan te wachten tot de winter voorbij gaat en er terug een land is waar men niet voor elke vlok van angst zijn zweet zou moeten verschijten. Het lijkt soms een hopeloze zaak, is er enige hoop in sneeuw en wind? Is er soms enige hoop tegen mensenhaat, tegen armoede, tegen verdrukking, angst enz?

Die is er! Want er wordt vrede, menselijkheid, liefde en zo meer gewild. En dan is de grote angst met al zijn wapens, geschreeuw en gedreig gewoonweg lachwekkend. Men kan boeken schrijven over grote helden, kranten vol over de grote oplichters maar over het simpele verlangen naar wat mooi en mens is kan men eigenlijk kort  zijn. Veen en heide zien we en we spitten en de rest is hoop meer is er niet..

Maar wij willen blijven hopen;
elke winter vindt zijn eind.
Eenmaal zwaait de poort hier open
en de tirannie verdwijnt. 
.. Dan spitten de soldaten!
.. niet meer godverlaten
.. in 't veen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten