Toen vrouwen nog spraken

Lang geleden toen de vrouwen nog spraken, was er een heel andere wereld. Toen waren mannen nog niet zo bang van grote wolven, grote kapitalen en grote regens; Zeker er was al wel eens een oorlog, milieu werd toe zeker niet minder verwoest. Maar het was ook de tijd van de grote perversie.

Er klonken toen zeker heel wat mooiere klanken maar er was ook zeker meer vuiligheid. Een oppervlakkige toeschouwer zou kunnen denken dat door de sprekende wezens meer vuil werd gemaakt. Maar het gebeurde wel juist omgekeerd door de pijn van het vuil werd het zwijgen verbroken en werd de mens aangespoord om meer gelijk en menselijk te zijn.

Maar in die menselijkheid had men niet zo universeel een eensgezinde liefde. Het was wel mooi maar niet voor iedereen en zeker niet voor de mindere mens die het toch niet verdiende. De vraag is dus zeker hoe kwam men dan op dat onzinnige idee om vrouwen te laten spreken. De verklaring valt terug op een ander fenomeen namelijk dat vrouwen toen een machtspositie hadden verkregen. Over de oorsprong ervan floreren diverse theorieĆ«n. De overwinnaars van de oorlog en vooral zegeningen van de oorlogsindustrie is zeker een heel oude. Maar dan zit men wel met een hele generatie verschil. Een andere en zeker ook belangrijke verwijst naar een seksuele bevrijding maar ook daar protesteert de tijd. Ze zullen hun belang hebben gekend maar er was meer.

Als men als een goede navorser van geschiedenis in het vuil van die periode ging graven, zou men zeker ook iets anders vinden. De eerste vaststelling is dat men dan over de eerste en zelfs enige periode in de geschiedenis sprak waar oorlog grotendeels beĆ«indigd was. Er waren nog wel enkele boosdoeners maar globaal gesproken waren er geen partijen meer over om op te jagen en te bestrijden. De muren waren gevallen, de gordijnen gescheurd en de nieuwe bedreigingen moesten nog wakker worden. Het tweede punt was dat de seksuele bevrijding ook afgelopen was. Men had geen last meer van moeder wordende vrouwen maar hun eigen voordeel was uitgeblust zeer tot goedvinden van de mannelijke bezitter. In de al vermelde vuiligheid ontbrak elke oorlog scherf  maar werd dit ruimschoots gecompenseerd door tranen en bloed van andere wellusten.

In deze tijd konden de vrouwen dus zonder bezwaar praten want er was geen hoogstaande rede nodig over de kunst van oorlog voeren. Maar zeker nog belangrijker hun praten die ook geen afbreuk aan de lusten die men als mannelijke jager toch moet  bevredigen. Oorlog is daar een dankbare bron voor maar ook in vredigere situaties kan men hieraan voldoen. Het was hier wel essentieel voor dat het nuttige voorwerp alias vrouw sprekend meewerkte.

Ogenschijnlijk lijkt het een onmogelijke zaak maar het is praktisch heel eenvoudig. Laat het nuttige voorwerp heel lustig spreken maar zorgt dat het vooral door de welwillende hand der jager gevoed blijft. Men geeft hiermee aan een groep in schijn een vrijheid maar in werkelijkheid is ze nog meer afhankelijk en gehoorzaam dan anders. Men kan zodoende wel boze woorden tegen de jacht spreken maar als boontje op het jagersloon komt staat de stoofpot zacht te sudderen. De sprekende groep zal dan ook zonder verpinken de eigen lotgenoten de duivel aandoen en de edele jager volop in de watten blijven leggen.

Een praktisch voorbeeld had men in Antwerpen op het einde van de 20ste eeuw. In de laatste decennia van de 20ste eeuw had een 400 jaar oud jachtgebied het trieste hoogtepunt bereikt van ellende en misbruik. Diverse jonge mensen zijn een vergeten dood gestorven, nog meer leefde in een slavernij en dienden voor het gerief van honderden verteerders. De koning zag,sprak en werd vergeten. De vrouw zag het ook, sprak en werd niet vergeten. Mooi, zou men kunnen denken. Maar het trieste is dat het niet zo mooi was, wat er gesproken werd was geen aanklacht, veroordeling van misbruik en nog minder een verlenen van hulp aan diegene die gebruikt werden. Het was de verkondiging van hun vervolging, hun minimaliseren tot twintigste rang burgers en vooral veel haat als racisme en vergeten zedigheid.

Deze haat leidde tot een golf van achtervolging van juist de zuchtende vrouw. De werkelijke misdadigers werden hierbij vrij spel gelaten. Het probleem loste zich zodoende ook niet op enkel de vrouw leerde het spreken af.

Wie in deze onverkwikkelijke affaire zeker een rol speelde waren de twee steunpilaren voor een gunstige jacht. De winstgevende verkoper van heiligheid en heilige aanprijzer van het aardse dienen in twee schijnbaar heel verschillende tonelen dezelfde grootheid van de almacht van onderdrukking. De eene kan met goddelijke ernst de zwakheid, onspreekbaarheid en onreinheid van de vrouw hard maken. En de andere koopt daar het recht op met glitter en olie. Het lijkt onvoorstelbaar maar in een al gevorderde 21e eeuw is de heilige Drievuldigheid van onderdrukking, mensenhandel en geweld nog steeds de grote macht van aanzien. En is de vrouw meer dan ooit tot zwijgen gedoemd op straffe van veroordeling van opstandigheid, hoererij en verstoring  van de goede orde.

Men zou zich kunnen afvragen waar die vooruitgang van de mens gestopt is. Welke onzalige school is de schuldige aan het niet meer aanleren van spreken of dit zelfs af te leren. Of heeft man juist de scholen gesloten die de vrouw tot een hoger besef van gelijkheid te brengen. Een heel belangrijke factor is dat de scholing mee deel moest worden van het zedelijk bestel van jaagtechnieken; Een milieu waar geen degelijke vrouwelijkheid in kon floreren; Men verkocht letterlijk en figuurlijk het dochter recht voor een pan bonen die men zelf moest klaarmaken. Dit moest dienen om een belofte van een wildschotel te verkrijgen maar het wild was men zelf en dat werd niet beseft.

En de moeder bleef verder huilen om haar zonen en vergat de dochters.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten